KEES BUDDINGH’ PAGINA - 1

-      Schaakpartij gevonden

-      Dordt, wat zal ik er van zeggen?: Buddingh-wandelgids

-      Buddingh’ heeft eigen Genootschap in Dordrecht

-      Dordt 2008 is een beetje Buddingh’/Dicke-jaar

-      Buddingh-dagen in Dordrecht vanaf 24 november

-      Soms, ‘s avonds

-      Kees Klok over Buddingh’: schrijf nu eindelijk eens zijn biografie

      -    De dagboeken van Buddingh’

      -    Kees Buddingh’ op Wikipedia

-      Foto Plaquette

-      Buddingh had Orbaan als inspiratiebron

-      SCHAKER BUDDINGH’ is weer thuis

-      Plaquette schaker Buddingh’  op zijn woonhuis aan de Bankastraat

-      BUDDINGH’ BIOGRAFIE komt er nog

-      De gewone Dordtenaar Buddingh’

-      Kees Buddingh’ – Schaakleven van schrijver/dichter te boek

-      Lees <DE BLAUWBILGORGEL> op

-    www.beleven.org/verhaal/de_blauwbilgorgel

 

Schaakpartij gevonden

 

21.09.08

Bij de lijst bijzondere schakers staat de meeste documentatie onder de naam van Buddingh’. De dichter-schrijver werd negentig jaar geleden geboren en overleed in 1985. Zijn naam leeft nog steeds voort.’

 

Cees Buddingh

 

Onlangs kwam een schaakpartij van hem uit 1946 boven water, weliswaar een verliespartij, maar toch. Binnenkort zal deze partij in een artikel gewijd aan de vroegere Dordts-Zwijndrechtse schaker H. van Namen, worden gepubliceerd. 

Zie Schaaknieuws uit de Drechtstreek.

,,Dordt wat zal ik ervan zeggen"
In een historische omgeving, het Hof in Dordrecht, werd zaterdag 24 mei de nieuwe literaire wandelgids ,,Dordt wat zal ik ervan zeggen van dichter Kees Buddingh' (1918-1985) gepresenteerd.

Daarbij viel de naam van Otto Dicke (19181984).  Deze ereburger van Dordrecht is ook veelzijdig: beeldend kunstenaar, tekenaar en illustrator, cartoonist, striptekenaar, illustrator van kinder- en andere boeken en ontwerper van mozaïeken voor scholen en kerken. Zijn vader was bijna veertig jaar (tot 1955) organist van de Wilhelkminakerk. Net als Otto was zijn vader, tevens bekend als ARP-wethouder, ereburger van Dordrecht.  Zijn zus Mies Dicke was een bekende koerierster en toen zij door het verzet in januari 1945 uit de Dordtse gevangenis werd bevrijd, staken de bezetters de woning van de familie Dicke op de kop van de Prinsenstraat in brand.

Wim Huijser, die de Buddingh’-wandelgids heeft geactualiseerd, wees in het Hof op de samenwerking tussen Buddingh' en Dicke. Ze waren beiden lid van het teekengenootschap Pictura. Otto en Kees maakten tevens de strip Spekkie en Blekkie. Deze strip verscheen ruim vijftig jaar geleden in de zogeheten Kwartetbladen, waaronder het Dordtsch Dagblad en de Rotterdammer.

De christelijke wortels van Dicke bleven voor zijn werk van belang, alhoewel hij geen praktiserend kerkganger bleef.  Dicke verzorgde de illustraties in een boek met gedichten van dominee/dichter Hans Bouman en ook bij kinderboekenschrijver Jaap ten Haar maakte hij tekeningen. Wendeline Wilmink vervaardigde in 1983 een documentaire over het leven en werk van Otto Dicke. De film geeft een beeld van de veelzijdigheid van deze Dordtse autodidact, die ook het eiland van Dordrecht voor de toekomst heeft bewaard met zijn tekenpotlood.  Otto hechtte eraan om achter zijn schetsen te staan. In zijn atelier in Pictura stond een potkachel. Daarnaast lag een grote stapel tekeningen. Hij had die afgekeurd en vond het brandstof voor de kachel.

,,Dordt wat zal ik ervan zeggen"  zorgt ervoor dat niet alleen ereburger Buddingh' en plek houdt in het collectieve geheugen van de stad. Ook vestigt het weer even de aandacht op Otto Dicke.

Buddingh heeft eigen genootschap in Dordrecht

25.11.07 Buddingh’ Genootschap

Schrijver/dichter/schaker Buddingh’ heeft vanaf 1 juli 2004 zijn eigen Buddingh'Genootschap.

       
Wim Huijser (links) en Peter de Roos

dragen het Buddingh’ Genootschap

 

Wim Huijser en Peter de Roos zijn de drijvende krachten achter dit literair en voor Dordrecht belangrijke initiatief.

Inmiddels zijn circa 45 mensen, liefhebbers, lid van het genootschap.

Doel van het Genootschap  is om de (literaire en artistieke) nalatenschap van C. Buddingh' te bestuderen, organiseren, catalogiseren, collectioneren, beheren en publiceren.

 

Informatie op de website van het Buddingh’ Genootschap

Dordt 2008 is beetje Buddingh’/Dicke-jaar

 

Kees Buddingh’ (schrijver/dichter) en Otto Dicke (dichter) zijn in 1918 geboren. Daarom is 2008 een beetje een Dicke en Buddingh’-jaar. Misschien wordt wel een basis gelegd om in 2018 de honderdste geboortedag te vieren en te herdenken van twee veelzijdige Dordtenaren. Ze zijn daarom ook terecht ereburger van de stad geworden.

 

Kees Buddingh’

 

Dat viel Buddingh’ in 1978 ten deel en toen kreeg hij ook het bekende zaterdagse dagboek in het NRC/Handelsblad. Otto Dicke, zoon van een ARP-wethouder, volgde enkele jaren later.

Over Buddingh' is er al veel te lezen op deze site, waarbij het schaken wel een rode draad is, maar er valt meer te volgen dan dat. Dicke werkte nauw met Buddingh’ als generatiegenoot samen, maar hij ging ook zijn eigen weg. Spekkie en Blekkie was wel een gezamenlijke creatie in de Kwartetbladen van Buddingh’ en Dicke. Deze strip is ook in boekvorm uitgegeven.

 

Als kind zat Dicke trouwens in de gereformeerde Wilhelminakerk waar zijn vader organist was. Zijn zus Leny werd in de oorlog een bekende koerierster, die uiteindelijk door het verzet werd bevrijd uit de Dordtse gevangenis. Daarna staken de bezetters het huis van haar vader en moeder op de kop van de Prinsenstraat in brand.

Soms ’s avonds

Soms, 's avonds, staat mijn vader in de kamer.
Vreemd oud geworden, haast vel over been.
'Slapen ze, Stientje en de jongens?' 'Ja, hoor.'
(zij mogen hem niet zien.) Hij zucht tevree.

 'Maken ze 't goed? Geen zieken?' 'Nee, geen zieken
gelukkig. Alles prima.' Hij glimlacht,
klein op een puntje van de bank, zijn benen
nog korter dan toen hij een jongen was.

We praten niet, maar 'hou je taai, hè!' knikken
we als vroeger. ''k Ga weer eens. Dag knul.' Hij staat
nog even voor mijn moeders jeugdfoto.

Het tuinhek piept. Ik luister naar zijn stappen,
die vederlichte, bulderende stappen
van iemand die terug moet in de dood.

Cornelis (Cees) Buddingh'
Dordrecht, 7 augustus 1918 - Dordrecht, 24 november 1985

PLAQUETTE CEES BUDDINGH’

 

 

Enkele weken geleden werd deze plaquette aangebracht op het voormalig woonhuis van de schakende Dordtse dichter en schrijver Cees Buddingh’ in de Bankastraat.  Het doet me genoegen u nu een behoorlijke foto ervan te laten zien.

Zie het artikel  BUDDINGH’ IS WEER THUIS op de BUDDINGH’ – pagina.

BUDDINGH’ HAD IM ORBAAN als inspiratiebron


Schrijver/dichter/schaker Buddingh' leerde Constant Orbaan, de latere IM, kennen in het sanatorium Ze schaakten samen op het middenvak. Dordrechtspeler Adrie vd Willigen kwam er vaak op ziekenbezoek in de jaren veertig van de vorige eeuw.

Het aardige is dat IGM Hans Ree nog eens heeft gewezen op de relatie Orbaan/Buddingh' in het werk van de Dordtenaar, die in 1985 overleed. Juist nu Buddingh'weer in de belangstelling, door de onthulling van de plaquette aan zijn huis aan de Bankastraat 62

 

Ree in 2002 in het NRC: ,,Een schaker die in zijn vrije tijd nog wat speurderswerk deed is Rokus Huet, de hoofdpersoon van het boek Vrijwel op slag dat Cees Buddingh' in 1953 publiceerde. Huet is een zeer sterke speler die simultaan geeft op een schaakclub en dan bijna alle partijen wint."

Voor Buddingh's slimme schaker Rokus Huet had Constant Orbaan model gestaan, die leefde van 1918 tot 1990 en tot zijn dood schaakmedewerker van NRC Handelsblad was. Ree: ,,Ik denk dat Buddingh' en Orbaaan elkaar kenden van een sanatorium waarin ze beiden voor tuberculose verpleegd werden. Rokus Huet heeft veel trekjes met Orbaan gemeen. Hij studeert medicijnen, maar het is duidelijk dat hij nooit als arts zal werken. Hij ligt graag tot 's middags in bed en heeft strak achterovergekamd haar dat naar het rossige nijgt. Net als Orbaan heeft hij het over "het edele schaapspel" en over "de Nederlandse schaapwereld". Even nuchter als Orbaan noemt hij een gruwelijke moordzaak "een gepeperde stelling". De schakers van nu hebben Constant Orbaan vooral gekend als wedstrijdleider en verslaggever, maar in zijn jongere jaren speelde hij ook op toernooien."

Constant Orbaan had niet alleen met Buddingh' in Dordrecht een relatie. Zijn in de jaren zestig van de vorige eeuw overleden broer en AMRO-bank directeur woonde in de stad. Verder had de Dordtse damesschaakster Conchita Dwars met Constant een goed contact.

SCHAKER BUDDINGH’ IS WEER THUIS

Buurtbewoners waren woensdagmiddag 7 maart duidelijk over de onthulling van de beeltenis van Kees Buddingh' aan de gevel van zijn huis aan de Bankastraat 60-62: ,,Onze buurman is weer thuis". 

De plaquette was in 1999 al eens onthuld aan de gevel van de politiepost aan het Vogelplein, maar na de sluiting van de post moest een nieuwe plek worden gezocht voor de plaquette. De nieuwe bewoners van het Buddingh'-huis stonden gelijk open voor een mooi, historisch accent aan de gevel van hun huis om het verleden van de dichter/schaker weer zichtbaar te maken.

De voorzitter van het Buddingh-genootschap Peter de Roos onthulde met de bewoner van het pand de beeltenis aan de gevel ook met de woorden: Buddingh is weer thuis. Het was zeker een mooie gebeurtenis met literaire waarde en van belang voor het verhaal over Dordrecht. Burgemeester Ronald Bandell was er dan ook bij, net zoals oud-korpschef van politie Piet Tieleman.

 

De twee zonen van de dichter/schrijver Wiebe en Sacha waren ook naar het huis gekomen, waar zij nog een aantal jaren hadden gewoond met Pa Kees en Moeder Stientje. De biograaf van Buddingh', Wim Huijzer, las voor de onthulling van de plaquette een aantal gedichten van Buddingh’ voor, die duidelijk geïnspireerd waren door het uitzicht vanuit zijn werkkamer op de eerste verdieping.

Die kamer stond vol boeken met in de hoek een tafeltje met daarop een schaakbord. Vanzelfsprekend ontbrak de asbak niet, zodat de dichter trekkend aan zijn sigaar ook kon nadenken over zijn verzen.

 

Buddingh' was enkele meters van Bankastraat 60-62, aan de Riouwstraat, geboren. Hij maakte natuurlijk in zijn werk opmerkingen over het feit, dat hij dicht bij zijn geboortegrond was gebleven. Als je Buddingh' door de stad zag lopen, dan kon je haast ook kennis maken met Dordrecht. De dichter, die in november 1985 overleed, weet nog steeds mensen te inspireren. Zijn schaakverleden is daar een onderdeel van. In het verleden was er al eens een Buddingh’’-schaaktoernooi.  

 

BUDDING’ BIOGRAFIE KOMT ER NOG


Cees Buddingh’ en zijn echtgenote
foto Henk Kuiper

Schaker/dichter Buddingh' krijgt in de toekomst zeker nog eens aandacht in de diepte. Wim Huijser, de beoogde Buddingh’- biograaf, meldt dat hij nog steeds plannen heeft om te zijner tijd met zijn biografie te komen. Goed nieuws dus. Kees Klok meldt op zijn weblog verder nog: ,,Huijser liet eveneens weten dat ik een vergissinkje heb begaan in mijn stuk over de Buddingh’- biografie. Niet Huijser, maar wijlen Joop van Halen nam het initiatief tot de oprichting van het Buddingh’ Genootschap. Joop van Halen kan in literair opzicht gezien worden als de opvolger van Bobby Kinghe. Hij richtte de stichting Perspektiek/Deletterenspreken op en nam met die organisatie het voortouw bij tal van literaire activiteiten in Dordrecht. Zonder Joop van Halen zou het literaire leven van Dordrecht aanzienlijk kariger zijn. Gelukkig zetten anderen na zijn veel te vroege overlijden zijn levenswerk voort, zoals te zien is op http://www.deletterenspreken.nl is ook de Debutantenprijs die jaarlijks wordt uitgereikt voor het beste prozadebuut een initiatief van Joop. Het mag worden gezegd, dat Joop ook altijd positief heeft meegedacht over een koppeling van Buddingh' als schaker aan de literatuur. In het Hof werd ook eenmaal een schaaktoernooi gehouden met gedichten van Huijser om Buddingh’ in het juiste denkende perspectief te zetten. Kortom: Een biografie is zeker de moeite waard, want de schaker Buddingh' krijgt er ook een plek door...

 

DE GEWONE DORDTENAAR BUDDINGH'

keesbuddingh
DORDRECHT - Wie in de dagboeken van Kees Buddingh’ terecht kwam, schrijft literaire geschiedenis. Schaker Erik Wetselaar, eens kampioen van de Willige Dame, belandde dertig jaar geleden in de dagboeken van Buddingh'. Hij ontmoette hem in het historische Hof tijdens het teamschaken. De partij werd opgenomen in het dagboek van Kees en later uitgegeven.

Dat is ook het aardige van de Dordtse schrijver. Wie over Kees Buddingh' schrijft, schrijft haast vanzelf over schaken. De dichter/schrijver (1918-1985) had het spelletje meer dan lief. Rond 1943, toen hij in het sanatorium werd behandeld voor TBC, kwam het schaken in zijn werk voor. Hij speelde toen met de latere IM Constant Orbaan op het zogeheten middenvak. Ook kwam Adrie van der Willigen vaak langs om hem te bezoeken en om een spelletje schaak te spelen. Zover Adrie zich nu nog kan herinneren, werd hij als vriend van Kees ergens rond 1935 al lid van een schaakclub. Adrie ontmoette Kees als medeleerling op de gemeentelijke HBS en speelde ook een rol bij de eerste ontmoeting tussen Kees en zijn latere vrouw Stientje.

Dat was zeer belangrijk voor Kees. De 'gewone' schrijver/ dichter/ vertaler/ schaker/ DFC-fan/ cricketliefhebber beschouwde zich allereerst als een liefhebbende huisgenoot van zijn vrouw Stientje en zijn zonen Sacha en Wiebe. Hij was trots op zijn thuisbasis. Zijn dagboeken en zijn werk geven daar vaak een levend getuigenis van. Zijn goede vriend Roel Leentvaar beschouwt het opschrift op zijn grafsteen als veelzeggend. ,,Liefde, vriendschap en poëzie. Dat was zijn drie-eenheid. De liefde stond bewust op de eerste plaats.''

Gewone leven

De Dordtse ereburger, die op zondagmorgen 24 november 1985 overleed, leeft bij het grote publiek voort in meer dan vijftig boeken en bundels, die hij heeft nagelaten. Zijn dagboeken laten het gewone leven van een Dordtenaar zien, die toch tot een unieke, bekende Nederlander was uitgegroeid. Dordrecht en Buddingh' waren daarbij met elkaar verbonden.

Die faam en naam kwam niet vanzelf. Kees had nooit gedacht nog een hoge leeftijd te halen. ,,Hij heeft altijd met zijn gezondheid gekwakkeld. Hij lag tweemaal in een sanatorium voor TBC. In 1947 werd een middel gevonden dat zijn leven verlengde. Kees had het tegen mij vaak over gegeven tijd'', aldus Roel.

In de jaren vijftig begon de ster van Buddingh' in Nederland te rijzen en ook door medewerking aan TV-programmma's zoals Poets kreeg vooral zijn karakteristieke stem een grote bekendheid. Kees was zonder meer de bekendste Dordtenaar van de Lage Landen.

,,Zijn begintijd als schrijver/ dichter was niet gemakkelijk. Kees moest met voordrachten en vertalingen zorgen dat er voor zijn gezin brood op de plank kwam.''

,,Ik heb het weleens slavenarbeid genoemd, want het betaalde niet zo goed. Als hij telkens dezelfde vragen kreeg, kon hij thuis weleens boos worden. Ze vragen mij steeds weer, waarom ben je dichter? Er wordt toch ook niet telkens aan een bakker gevraagd waarom hij brood bakt'', aldus Roel over zijn vriend.

Handelsmerk

Het alledaagse bleef het handelsmerk van de Dordtenaar, die ook bekend was door zijn wandelingen van zijn woning aan de Bankastraat naar bijvoorbeeld de Vogelbuurt. Daarom is aan de gevel van een huis aan het Vogelplein enkele jaren geleden een Buddingh' beeltenis onthuld.

In de jaren vijftig en zestig had hij zo zijn vaste bestelling ('tartaartjes') bij slagerij Van der Eijck. Sigarenwinkelier Bogers aan het Vogelplein kende zijn goede smaak. Kruidenier Wervenbos was een bekend adres op zijn route. En ook de mensen van de binnenstad zagen hem wandelen en bijvoorbeeld de BRT-tv vond dat in een Buddingh'-film juist een prachtig decor.

Op die wijze deed de dichter/ schrijver al aan Dordrecht-promotie, voordat de gemeente Dordt daar zelf in nota's aan dacht. Dordt was zijn stad, waar hij volgens Roel 'ook niet buiten kon'.

In de jaren vijftig won hij ook eens een sterke groep tijdens de zogeheten KNSB-dagen rond het open-kampioenschap van Nederland. Buddingh' speelde mee in Kunstmin in Dordrecht en was goed voor 9 uit 9. In die tijd was hij ook gaan uitkomen voor Dordrecht 1, via bemiddeling van Adrie van de Willigen.

Verliefd

Kees was daarnaast ook gewoon echt verliefd. Zijn vriend Leentvaar herinnert zich een prachtig, eenvoudig liefdesgedicht opgedragen aan zijn vrouw Stientje. ,,Kees beschreef dat hij haar nakeek terwijl ze naar de bushalte liep bij het gemeenteziekenhuis. Daarna wachtte hij in de erker van de woonkamer, totdat zij in de bus voorbij kwam richting binnenstad. Hij had haar dan tweemaal nog buiten gezien.''

Kees was aan meer gewone gebeurtenissen herkenbaar. Roel: ,,Als Joop den Uyl weleens bij hem langs kwam, dan behandelde hij hem op dezelfde manier als een schilder, die in zijn huis aan het verven was.''

Schaak

Het gewone werkte ook in vraaggesprekken door. Als je als journalist langs kwam voor een interview in zijn werkkamer vol boeken op de eerste verdieping van zijn huis, dan duurde het formele journalistieke deel een uur.

Bijna zonder woorden met de sigaar in de hand wees Kees daarna tussen de stapels boeken door op een tafeltje in de hoek van de kamer. Daarop stond een schaakbord gereed met alle stukken netjes in de beginstelling. In een rustig tempo ging daar de ontmoeting gewoon verder en werd etenstijd even vergeten.

Kees was een kundig amateurschaker zoals hij zich wel kon noemen. Hij kwam jarenlang uit voor het eerste team van schaakclub Dordrecht in de landelijke tweede klasse van de schaakbond met erkende mensen zoals Van Donk, Jansen en Hoogendoorn. Een ontmoeting van aanstormend grootmeester Jan Timman tegen 'crack' Leo Jansen in 1968 inspireerde hem ook tot een gedicht, waarin hij duidelijk maakte dat zijn clubgenoot hard moest zwoegen om tegen dat jongetje Jan Timman remise te maken.

Bij zijn teamgenoot Pank Hoogendoorn kwam hij eens op een zaterdagmorgen langs om te melden dat hij verhinderd was die middag elders in het land een wedstrijd te spelen. Hoogendoorn: ,,De reden van zijn afzegging was dat zijn poes net was overleden.''

Dit detail uit het gevoelsleven van de Dordtenaar tekende ook de mens achter de bekende Dordtenaar en bekende Nederlander. Schaakvriend Hoogendoorn: ,,Kees had het helaas erg druk. Daarom kon hij niet altijd bij Dordrecht zijn competities afmaken. Maar hij was een ontzettend enthousiaste schaker, die in zijn periode tot de regionale subtop behoorde.''

Met Roel Leentvaar heeft Kees vooral tijdens zijn laatste twaalf levensjaren wekelijks veel woorden en schaakzetten gewisseld. ,,Kees speelde sterker dan ik, maar ik won ook weleens. Die partijen beschouwde hij wel als niet gespeeld.''

Tijdens het eerste Interpolis-schaaktoernooi in Tilburg (1977) was de Dordtenaar als bekende Nederlander eregast en zorgde voor een bijzondere toespraak. ,,Meestal ging hij overal met de trein naartoe. Kees reed geen auto. Maar hij zei dat hij voor het schaken in Tilburg zich toch wel per auto durfde te laten vervoeren door mij'', aldus Roel.

Toen in 1985 bekend was dat hij zich steeds meer opsloot in zijn eigen huiselijke kleine wereld, kreeg Kees van alle schaakgrootmeesters en betrokkenen bij het befaamde wereldtoernooi een kaart met handtekeningen thuis. Roel: ,,Dat gebaar tekende ook zijn band met de schaaksport.''

Neerslachtig

Buddingh' had voor zijn overlijden ook een lange periode van neerslachtigheid doorgemaakt. Dat heeft volgens Roel niets te maken gehad met harde kritiek op zijn werk in het toenmalig tijdschrift Hollands Diep en een vernietigende recensie van schrijver W.F. Hermans. ,,Kees kon best tegen slechte kritiek, maar niet tegen gemene. Het stuk van Hermans in NRC/ Handelsblad wordt door sommigen als een karaktermoord gezien. Dichter Jan Eykelboom heeft dat ook weleens gezegd. Onzin. Jan zag Kees een paar keer per jaar. Ik zag hem wekelijks. Ik geloof daar niet in. Uiteraard heb ik met Kees veel over de aanval van Hermans op zijn werk als dichter en schrijver gesproken. Toch speelde dat niet op in zijn depressies in zijn laatste levensjaren.''

,,Hij had wel van zichzelf angsten en was bang voor de dood. Vooral toen Kees een boek met foto's kreeg over zijn tijd in het sanatorium was hij erg aangedaan. Hij zocht het niet in het geloof. Kees kon niet zeggen of God wel of niet bestond. Hij was een agnost.''

Echte vriend

Roel is hem blijven waarderen als een loyale, betrouwbare vriend. In zijn studiekamer staan nog de kastjes die Buddingh' als kunst maakte. Het tekent ook het gewone ongewone aan Kees.

Een deel van deze Buddingh'-kunst gaat binnenkort naar het letterkundig museum. Tussen de volle boekenkasten valt een fraaie, huiselijke foto van Kees op. Roel: ,,We spraken als vrienden veel met elkaar. We hadden over die persoonlijke gesprekken, ook met onze vrouwen Els en Stientje erbij, duidelijke afspraken gemaakt. Kees wist precies in de gaten te houden wat wel en niet in zijn dagboeken over mij kon komen. Ook daarin was hij voor mij een echte vriend. Als hij belde, vroeg hij altijd aan de kinderen: ,,Is de professor thuis. Dat deed Kees vooral als er telefonisch een schaakzet voor een partij werd doorgegeven. Mijn naam voor hem was dan P. Helaas zijn twee telefoonpartijen nooit verder dan de negentiende zet gekomen.''

Voor Roel had de gewone Dordtenaar, gezien het leeftijdsverschil, zijn vader kunnen zijn. ,,Hij heeft mij veel geleerd. In de literatuur, vooral de Engelstalige, is hij mijn gids geweest. Ook over het schaken heeft hij mij veel bijgebracht.'' Maar vooral ook dat gewone. ,,Wat zo heerlijk was: Gewoon bij hem thuis samen naar het voetballen kijken met zijn zonen erbij. Als de bal naast ging, dan zeiden er drie 'pech gehad'. Maar Kees, als voetballiefhebber ook een echte DFC-fan, zag het anders: ''Onzin, pech gehad. Er is gewoon niet goed geschoten.''


PLAQUETTE SCHAKER BUDDINGH
OP ZIJN WOONHUIS AAN DE BANKASTRAAT


Schaker/dichter C. Buddingh' komt  weer een beetje thuis. De plaquette van hem komt weer aan de gevel te hangen van zijn woonhuis aan de Bankastraat 60/62.
De plaquette met het portret van C.Buddingh' was door de politie Zuid – Holland – Zuid in
2001 aangebracht op haar politiepost aan het Vogelplein. Door wijziging in de politietaken is deze politiepost opgeheven. De plaquette is op 9 februari in eigendom overgedragen aan het Buddingh'Genootschap.
In overleg met de huidige bewoner, John van Waterschoot, en de familie Buddingh' is besloten om de plaquette te herplaatsen op de gevel van het vroegere woonhuis van de familie, Bankastraat 60/62. Om deze herplaatsing te vieren, zal een kleine plechtigheid plaatsvinden op 7 maart a.s. om 15.00 uur; hierbij zal Wim Huijser een toespraak houden. Huijser is bezig met een Buddingh'-biografie.
,,Wij verwachten dat vertegenwoordigers van het politiecorps en de gemeente en leden van het Buddingh'Genootschap, samen met de familie Buddingh', de kunstenares Hanneke Hemelaar en anderen hierbij aanwezig zullen zijn", aldus Peter de Roos namens het genootschap.


 KEES BUDDINGH’
SCHAAKLEVEN SCHRIJVER/DICHTER TE BOEK


Over elf jaar kan de honderdste geboortedag worden gevierd van de echte schaker/dichter C. (Kees) Buddingh'. Om hem niet te vergeten, enig schaakwerk van deze ereburger van Dordrecht. Het boekje heeft al enige aandacht gekregen, maar deze informatie behoort ook thuis op de site
www.tomsschaakboeken.nl.

Het schaakleven van de Dordtse schrijver/dichter Kees Buddingh' (1918-1985) krijgt aandacht in een boek, dat is uitgegeven ten gelegenheid de herdenking van zijn twintigste sterfdag. Grootmeester Hans Ree en schaakvriend Roel Leentvaar stelden tekst beschikbaar. Ook van Buddingh zelf zijn teksten opgenomen, zoals:

,,Het belang van het schaakspel voor de mens is helaas nog niet tot iedere werkgever doorgedrongen. En ook niet, helaas nog niet tot enige televisiezendtijdgemachtige (dat moet denk ik vergenoegd een van de langste woorden in het Nederlands zijn. Maar één lettergreep minder dan "Lekkerkerkerkerkeraadsvergadering".


In het Buddingh-boek wordt daarnaast aandacht besteed aan de relatie van Buddingh' met dichter Simon Vinkenoog, met toneel en met jazz. Het Dordtse Buddingh' genootschap onder leiding van voorzitter Peter de Roos en biograaf Wim Huijzer heeft het boek ,,Lazy Bones, C.Buddingh' " verzorgd. Het genootschap houdt op allerlei manieren de veelzijdige woordkunstenaar levend.
De opzet is dat de relatie tussen Buddingh' en de schaaksport in de toekomst nader wordt uitgewerkt met een schaakevenement. Het Dordtse Buddingh' genootschap ziet daarin zowel schaakpromotie als Buddingh'- promotie. De Belgische schaakverzamelaar Daniël de Mol heeft eens eerder in een beperkte oplage het boekje: ,,De schakende Dichter, een hommage aan C.Buddingh" uitgegeven. Hans Ree noemt dat in zijn eerder verschenen artikel in het NRC/H, dat met zijn toestemming ook in het Buddingh'-boekje te vinden is. Hans Ree citeert de Dordtenaar:

,,Wat is schaken toch mooi - als je wint". Buddingh' noteerde in 1976 in zijn Dagboeknotities: ,,Ja, als je niet wint, kan je altijd nog denken dat je eigenlijk had moeten winnen of ten minste remise had moeten maken, als er niet een belachelijk ongelukje was gebeurd".

Ree noemt Buddingh' als schaker fel in zijn winstdrift: ,,Leedvermaak is dubbel vermaak" is een kopje boven Buddingh'-s schaaknotatie.
 
Over zijn tegenstander schrijft hij:

,,Hij had er duidelijk zwaar de pest in dat hij deze partij verloor - en daarom denk ik er nog altijd met dubbel plezier aan terug".

Buddingh' brak vooral als humorisch dichter door en haalde meermalen het NTS-journaal. Zijn stem is verbonden met het programma uit de jaren zestig met de Verborgen camera: Poets. De bekende Nederlander werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw lid van schaakclub Dordrecht.

Hij had daarvoor rond 1930 het schaken geleerd van zijn vader, zo blijkt uit een vroege partij die in het boekje is opgenomen. Buddingh' schaakte in de jaren veertig van de vorige eeuw al met de latere internationaal meester Constant Orbaan. Hij werd toen voor TBC behandeld in een sanatorium.

Ook was Adrie van der Willigen (vanaf 1939 of nog eerder al lid van een Dordtse club) een vaste tegenstander van de dichter. In de jaren vijftig ging Buddingh' spelen in het eerste tiental van schaakclub Dordrecht met bekende namen zoals Van Donk, Hoogendoorn en Jansen. In het Buddingh' boekje is een partij opgenomen op notatie papier van schaakclub Dordrecht. Verder beschrijft Leentvaar de nauwe banden van Buddingh' met het befaamde Interpolistoernooi in Tilburg. Daarom is de toenmalige wereldkampioen Karpov weleens naar Dordrecht gekomen voor Buddingh' en het kopen van postzegels.

Buddingh' bleef tot zijn onverwachtse dood op 24 november 1985 in het Dordtse gemeenteziekenhuis vooral schaken met Roel Leentvaar en hij kon zich als een echte schaker zelfs tegen Leentvaar boos maken als hij niet tijdig een partij opgaf, waardoor de wedstrijd nog in remise eindigde tussen een toernooi van viertallen in het historische Hof van Dordrecht. Kees liet zich in schaakpartijen als een sportman gelden en beschouwde soms verliespartijen als niet gespeeld.

In het gedicht het edele schaakspel komt zijn gevoel tot uiting wanneer hij een opmerking van een grootmeester, die nooit gewonnen had van een gezonde schaker, in mooie zinnen vervat:

,,Ach ja, als kind was je al een bolleboos
Dat schaken, wat een schitterende sport!
En stumper je? Geen wonder: snipverkouden".

Informatie via de uitgever: www.liverse.nl
(ISBN 90 76982 27 9 / 978 90 76982 27 4)