Dick de Jong de ex/toto-lotto baas

 

-      Dick de Jong overleden

-      Willem Platje in Column Veld 65 nr 14: Dick

meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

 

In de opsomming bijzondere schakers met Dordtse wortels, mag hij niet ontbreken. In december 2006 verscheen over hem een verhaal van de hand van Henk J. de Kleijnen in AD het Groene Hart. De man die nu in Alphen woont, heeft in Dordt veel sporen achter zich gelaten.

 

Dick de Jong

 

Zijn vader was drogist aan de St. Jorisweg. Hij timmerde aan de weg in Sociëteit Yin en ging zich in 1978 bemoeien met de schaaksport. Dick notuleerde de oprichtingsvergadering van Groothoofd op 16 februari 1978 in jeugdstad.

Dick speelde verschillende rollen bij Groothoofd, zoals toto-lotto baas. Daarom, en om hem niet te vergeten als bijzondere schaker een verhaal....

 

Door HENK J. DE KLEIJNEN

Dick de Jong

ALPHEN - Grillig en solistisch. Rechtlijnig en humoristisch. Aan zelfspot geen gebrek.

,,Goed beschouwd ben ik zwaar neurotisch.’’ Dick de Jong vertelt lachend hoe het verzamelen van schaakpartijen zijn hobby werd. Hij is de zes miljoen gepasseerd en weet nog niet van ophouden.

Originaliteit is hem niet vreemd: ooit drogist, valutahandelaar en getalenteerd cabaretier, nadien corrector en fanatiek taalpurist. In het Groene Hart is Dick de Jong al zo’n dertig jaar bekend als denksportmedewerker van diverse bladen. De jaarwisseling was voor hem een bijzondere mijlpaal. De 57-jarige Alphenaar verruilt naar eigen zeggen een ’fulltime job voor de junioren-VUT’. Doemt nu het ’spookbeeld’ van te veel vrije tijd op? ,,Geen sprake van. Ik ben zo vaak werkloos geweest dat ik me nu nooit meer zal vervelen.’’


Hij staat nog midden in een leven dat tot nu toe bestond uit louter verrassingen. Iedere stap leek spontaan en door toeval bepaald. Als zoon van een kleine drogist in Dordrecht volgde hij na de middelbare school de vakopleiding drogist om vervolgens in Rotterdam bij V&D aan de slag te gaan. Ook werkte hij korte tijd als valutahandelaar bij een bank. Vervolgens kreeg hij de kans om een nieuw filiaal van Trekpleister in Alphen te openen. ,,Ik heb er twee jaar gewerkt. Lekker dynamisch, ik kon er mijn ei kwijt. De hele dag in je eigen theater eigenlijk. Alleen was leidinggeven niets voor mij. Ik was te naïef, zag problemen niet of te laat.’’ Toen hij tot woede van zijn werkgever een Turkse medewerkster aannam, barstte de bom. ,,Ik ben geen man van compromissen, waardoor ik vaak in conflicten verzeil.’’


Op bijzondere wijze vond hij zijn huidige vrouw Celestina. In een blad van postzegelverzamelaars trof hij haar naam, adres en foto aan. Na een briefwisseling van anderhalf jaar trok Dick de stoute schoenen aan en vertrok naar de Filipijnen. Een jaar later ging hij weer en samen keerden ze terug. Binnenkort is het paar 25 jaar getrouwd. Celestina is dan ook ruimschoots ingeburgerd. Uit de beginperiode herinnert de schaakkenner zich haar uitspraak na het volgen van de eerste les Nederlands: ’Ik ben een Turk.’ Dick de Jong had inmiddels besloten de ICT-kant op te gaan. Zijn loopbaan voerde langs diverse werkgevers in de uitgeverijwereld. Hij maakte, als corrector-DTP'er, per 1 januari gebruik van de seniorenregeling. Maar hij blijft denksport en tennis verslaan.


Vooral schaken neemt een belangrijke plaats in. Volgende maand bezoekt hij traditiegetrouw het jaarlijkse Corus-toernooi (voorheen Hoogovens-toernooi) in Wijk aan Zee, als één van de honderden amateurs tussen de brood-schakende grootmeesters. In de woonkamer prijken enkele schaaktrofeeën, maar De Jong blijft bescheiden. Dochter Jenny heeft meer talent. Aan sterke verhalen bij De Jong geen gebrek. Zo zou hij de hand hebben in het stoppen van Jenny als schaakster. Omstandig vertelt hij ooit eens twee partijen blindschaak tegen zijn kinderen te hebben gespeeld. Met de rug naar zoon en dochter toegedraaid heeft hij de zetten hardop uitgevoerd. ,,Tja, ik won ze allebei en sindsdien hebben ze geen stuk meer aangeraakt.’’ Zoon Ricky weet er niks (meer?) van.


Zijn schaakverslaving, zegt Dick, gaat nooit over. ,,Prestaties zijn aardig, maar daar gaat het voor mij niet in de eerste plaats om. Ik verlies liever na een spectaculaire partij dan dat ik na 10 zetten een dame cadeau krijg.’’ Voor hem geen teamsport, al deed hij aan zwemmen, tennis en atletiek. Grinnikend wijst hij op het schaakbord: ,,Dat is de enige veldsport die ik nog doe.’’


Met het verzamelen van schaakpartijen begon hij in 1978, om zijn openingen te versterken. Hij noteerde partij na partij op speciaal gemaakte, voorbedrukte formulieren. De eerste 35.000 met de hand, een monnikenwerk. In de tweede helft van de jaren tachtig bracht de computer uitkomst. Niet zonder trots toont hij een diskette waarop ruim zes miljoen partijen staan. Een prestatie die rijp is voor het Guiness Book of Records.

 

Bron: AD/ www.messemaker-1847.nl