Erelid van Sv. Dordrecht Jan Flach overleden

Een in memoriam

 

Bericht eerder verschenen op de website van Sc. Dordrecht

 

 

Published on Saturday, 18 March 2017

Vandaag bereikte ons het trieste bericht dat gisteren ons erelid Jan Flach op 85-jarige leeftijd is overleden.

Na een lange tijd in Zuid-Afrika te hebben gewoond, werd Jan begin jaren 70 van de vorige eeuw lid van schaakclub Dordrecht.  Het schaakspel boeide Jan wel, maar toch had hij vooral de gave om mensen enthousiast te maken voor de sport. Zelf speelde hij niet of nauwelijks een partij.  Hij hield zich vooral bezig met het besturen van de club. Eerst, van 1975 tot 1983, als wedstrijdleider intern en later, van 1979 tot 1988, als voorzitter. In die periode groeide de club tot meer dan 150 leden! In 1978 speelde Jan een centrale rol bij de festiviteiten rond het negentig jarig bestaan van Dordrecht en in 1988 was hij de drijvende kracht achter de organisatie van het eeuwfeest van schaakclub Dordrecht.

Kort na het eeuwfeest in 1988 liet zijn gezondheid het niet meer toe om actief te zijn voor de club. Dat weerhield hem er echter niet van om de jaarlijks de algemene ledenvergadering te bezoeken en daar zijn bijdrage te leveren aan het beleid van de club. Voor zijn verdiensten voor de club werd Jan benoemd tot erelid.

Nog maar enkele weken geleden zocht een delegatie van het bestuur Jan op in zijn nieuwe appartement in de Prinsemarij. Ondanks zijn steeds slechter wordende gezondheid had hij toen nog steeds volop belangstelling voor het reilen en zeilen van de club.

Wij wensen familie en vrienden van Jan veel sterkte toe met dit verlies.
Jan Willem Versloot, secretaris

Jan Flach is uiteraard ook gebeiteld in de ABC van de Rotterdamse Schaakbond:

 

Flach Jan, Wedstrijdleider, voorzitter en erelid SCD. Lange tijd een beeldbepalend bestuurslid geweest; zijn sociale benadering werd de Jan Flach methode. In 1978 speelde hij een centrale rol bij de festiviteiten rond het negentig jarig bestaan van Dordrecht. In 1988 gaf hij veel energie aan de organisatie van de viering van het eerste eeuwfeest van SCD. Hij was grondlegger van het eerste grootmeester-toernooi IBM Dordrecht. Tijdens zijn periode groeide SCD tot 150 leden, terwijl Groothoofd even tot 100 leden kwam. Dordrecht 1 vliegt in één ruk naar de 1e klasse KNSB door in 1981 de Variant - Breda met 6˝-3˝ te verslaan. KNSB - voorzitter van de jaren tachtig, H.A. Wille, typeerde Flach als een energieke voorzitter van een toonaangevende vereniging in de schaakorganisatie. Inmiddels 82 en nog immer nauw betrokken bij de club.          

 

Schaakenthousiasme en –gezelligheid, volgens de unieke methode Jan Flach

 

Schaken wordt leuker als het ook een feestje is. De voorzitter tijdens het eeuwfeest van schaakclub Dordrecht, Jan Flach, wist als geen ander dat gezelligheid en schaken prima samen kunnen gaan.

Schaken was voor hem ook een product en een merk. Dat was goed te verkopen zeker als je op dat gebied de marktleider bent tussen Rotterdam en Breda. Wie in het eeuwboek van 1988 foto’s bekijkt, ziet zeker het verschil van de tijdgeest uitgebeeld en krijgt ook een beeld van de Jan Flach methode.

 

De presentatie van het bestuur bij het 75 jarig bestaan in 1963 oogt traditioneel en statig. Voorzitter en belastingambtenaar Schreuder zit middenin achter tafel, waarop drie schaakborden gereed staan voor de strijd. Het bestuur staat of zit naast hem als een echt tiental. Pakweg 20 jaar later is de uitstraling geheel anders. Voorzitter Jan Flach huldigt als geen ander Dordrecht 1 bij een kampioenschap en zijn enthousiasme stijgt boven dat van de spelers uit.

 

 

 

Jan 85

Erelid Erelid van schaakclub Dordrecht, Jan Flach (24 augustus 1931 – 17 maart 2017) verdient zeker een plek in het collectief schaak-geheugen.

 

Flach was over een periode van dertien jaar, tussen 1975 en 1988, wedstrijdleider en voorzitter. Het mag als een gedenkwaardige tijd de boeken in, want gezien zijn inzet waren het tropenjaren. Zijn gezondheid stond meer dienstjaren vanaf 1988 in de weg.

Het grootmeestertoernooi in 1988, tijdens het eeuwfeest van de club, is met hem en zijn finale verbonden. Jan Flach keek ook vooruit. In het jubileumblad 1988 schrijft hij dat niet altijd de schaakfeiten worden bewaard voor de toekomst. Toen zijn overlijden op de eerste clubavond na 17 maart bekend werd gemaakt op de schaakclub, vroegen leden zich ook af: Wie is Jan Flach dan geweest?

Daarom is de tekst van Jan uit 1988 bijna een aansporing om herinneringen vast te leggen. Het kan als lesmateriaal wellicht van pas komen als schaakclub Dordrecht in 2038 150 jaar bestaat.

Enthousiasme, gezelligheid en een luisterend oor zijn voor schakers, die pijnlijk verloren.

Het hoort allemaal bij de Jan Flach schaakmethode, die de club opzweepte in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot 150 leden. Dat was bijna een record in de clubgeschiedenis.

 

Alleen tijdens het hoogtepunt van de WK-match Fischer – Spassky in 1972 stond de teller even rond 170 clubleden, maar toen was er nog geen tweede club in de stad die honderd leden als top haalde.

Jan Flach beschouwde zich als (schaak)leerling op de christelijke HBS van Pank A. Hoogendoorn. In 1949 haalde Flach op die HBS, toen nog aan de Wijnstraat te vinden, zijn HBS A diploma. Wie terug rekent, weet dat hij drie jaar Hoogendoorn meemaakte op school. Immers met zijn buurmeisje Mieke als echtgenote kwam Pank in 1946 vanuit Haarlem voor de HBS in Dordrecht toe. Hoogendoorn, die later twee keer open-schaakkampioen van Nederland werd, heeft tientallen zo niet honderden leerlingen van zijn school schaak enthousiast weten te maken. Het duurde alleen even langer tot ook bij Jan het door Hoogendoorn gezaaide schaakzaad zou ontkiemen, al was het meer direct naast het bord dan achter de schaakstukken.

 

Tussen 1951 en 1971 verbleef Flach – met zijn geliefde op school ontdekte Annie aan zijn zijde – in het buitenland. Jan hield van reizen en veranderingen en na zestien jaar in Kaapstad (ZA) volgde vier jaar in Hongkong. Hij kwam terug naar zijn geboortestad om het rentmeesterkantoor van zijn vader aan de Kilwijkstraat 1, over te nemen. Het grote bord in de tuin gaf aan dat rentmeester zijn een bijzonder ambacht moest zijn: Namens eigenaren worden goederen beheerd. Dat is ook werk dat Jan graag vertrouwelijk hield.

Jan heeft dan ook altijd een nieuwsgierige journalist van Dagblad De Dordtenaar die de rentmeester graag wilde voorstellen aan zijn lezers, met een brede lach buiten de deur weten te houden.

Voor schaakzaken wilde hij altijd wel graag media aandacht krijgen. Journalisten troffen in hem op de club of bij hem thuis of elders altijd een gezellige gastheer aan. Jan wist ook zijn pen in enthousiasme te dopen en gaf zo gewone schaakfeiten extra uitstraling. Voor Jan Flach was het vanzelfsprekend lid te zijn van de club van zijn oud-leraar Hoogendoorn, die hij ook kende uit zijn gereformeerde Wilhelminakerk aan de Blekersdijk.

Hoogendoorn kwam zelfs als bestuurslid bij hem thuis vergaderen en dat was ook een nieuwe stap in de relatie tussen leraar en leerling.

 

Jan Flach ontwikkelde zich snel tot een bestuurder, die voorwaarden wil scheppen om het schaken te ontwikkelen en in het bijzonder natuurlijk zijn eigen club. Voor die belangen stond hij allereerst.

Na het overlijden schreef Jan Willem Versloot op de website al een eerste in memoriam ,,Het schaakspel boeide Jan wel, maar toch had hij vooral de gave om mensen enthousiast te maken voor de sport. Zelf speelde hij niet of nauwelijks een partij. Flach zei zelf genoeg plezier te hebben aan het regelen van de sport, want door zelf intensief te spelen werd zijn nachtrust bedreigd.”

 

De werkwijze die Jan liet zien, was deels een vervolg op die van zijn voorganger  wedstrijdleider J. M. Verkerk. Op een vaste plek in de schaakzaal, toen de aula van de christelijke LTS aan het prof Gunningplein, zat Verkerk als een rots in de branding om uitslagen te verzamelen. Dat was nodig, want spelers kunnen soms na een partij wel vergeten dat de wedstrijdleider ook informatie nodig heeft om de competitie netjes te laten verlopen. Verkerk had slechte ogen en een bril met dikke brillenglazen op, zoals ook de foto uit 1963 al laat zien. De wedstrijdleider wees vaak naar het papier om de schakers te bewegen hun uitslag te noteren.

Na Verkerk kwam Flach op die stoel te zitten om de interne competitie goed te regelen als kurk waar de vereniging op dreef.

 

Wedstrijdleider Jan Flach was meer in beweging en genoot ook van de gelegenheid om het woord te voeren. Hij kon bij het begin van de clubavond graag de aandacht vragen met de inleidende zin: Kunnen de klokken even stil worden gezet. Daarna volgde een korte of langere toespraak met veel enthousiasme. Dat viel buiten schaken ook op. ,,Jan is altijd in voor plezier en vertier”, zo schreef in het Kerk op Dordt kerkelijk werker Lianne van der Wel in een in memoriam. Ook gezelligheid was voor Jan een sleutel-woord. Zo zorgde hij bij het negentig jarig bestaan van de club nog voor een feestavond, waarbij schakers de kans kregen om op te treden. De humor van sommige gelegenheidsartiesten werd door een belangrijk deel van het publiek niet begrepen. Jan bleef echter de enthousiaste presentator.

 

Als er een foto werd gemaakt van een schaakteam, dat kampioen was geworden of van de jeugd, dan ontbrak Jan Flach niet in het team om enthousiasme uit te stralen. Het leek er ook wel op dat de voorzitter blijer kon zijn met een promotie, dan de spelers zelf. In het blad voor het eeuwfeest staat een foto, die laat zien hoe groot zijn uitbundigheid kan zijn.

 

Zo kon hij eens meedelen dat het lange tijd luidruchtig was geweest met zingende en feestende supporters in de stad, want Dordrecht 1 was gepromoveerd naar de eerste klasse KNSB. Dat was ook een topprestatie want daarvoor was op sensationele wijze het profteam de Variant uit Breda ook verslagen. Pas in de laatste zinnen gaf Flach aan, dat ook de betaalde voetbalclub was gepromoveerd. Als geen ander wist Jan ook dat je voor een feest een kapstok nodig hebt en zo heb je ook een mogelijkheid tot schaak-promotie.

 

Het negentig- en honderdjarig bestaan van schaakclub Dordrecht, in 1978 en 1988, waren voor hem dan ook hoogtepunten. Om Conchita naar het dameskampioenschap te helpen, haalde hij in 1978 de halve finale van het dameskampioenschap naar de stad toe.  De opening in het Hof was in stijl en de eerste zet van wethouder Piet Janse aan het Dordtse bord van Conchita was succesvol. Ze haalde voor het eerst het NK!

Tien jaar later wilde Jan Flach een nieuw hoogtepunt bereiken. Oud-KNSB-voorzitter Henk J. van Donk had overigens binnenskamers wel de ambities weten te temperen, toen zelfs het idee opkwam om de schaak olympiade naar Dordt te halen. De toenmalige Merwehal zou de speellocatie kunnen zijn, was al gedacht.

Van Donk hield de club voor, dat een internationale manifestatie ver boven de financiële mogelijkheden zou liggen. Toch kon er dankzij IBM en de bank (AMRO) voor het eerst een grootmeestertoernooi in de stad worden gehouden. KNSB-voorzitter H.A. Wille noemde Dordrecht bij het eeuwfeest een toonaangevende club. Uiteraard werd de voorzitter niet vergeten in de lof. ,,Voor de vereniging onder aanvoering van de energieke voorzitter Flach ziet de toekomst van deze “oude”  vereniging er gunstig uit.”

 

Het boek over honderd jaar schaakclub Dordrecht laat zich dan ook lezen als een schaakgeschiedenis vol enthousiasme. Jan gaf ook niet graag droog de feiten door. Hij wist er een eigen saus over heen te gooien, waardoor de tekst van toen naar het heden werd overgebracht. Schaakbestuurders uit de jaren dertig van de vorige eeuw had hij nog graag willen ontmoeten anno 1988. Jan droeg ook uit dat zijn club de marktleider was op de schaakmarkt.

Toen de in 1978 opgerichte vereniging Groothoofd op de vrijdagavond steeds meer mensen wist te boeien, noemde hij dat eerst een mooie gelegenheid voor mensen die extra willen oefenen. Uiteindelijk haalde Groothoofd op het hoogtepunt honderd leden. De voorganger van Jan Flach als voorzitter (Leo Jansen) had in 1973 in De Dordtenaar ook opgemerkt schaakconcurrentie als kunstmest te beschouwen voor de sport. De geschiedenis herhaalde zich wel wat betreft, hoe de spelers met elkaar omgingen.

 

De contacten tussen de toppers van de twee clubs rond 1950, ODI en Dordrecht, werden zo vriendschappelijk dat er uiteindelijk een sterke vereniging ontstond. Wie naar de opstellingen kijkt van de wedstrijden tussen Dordrecht 1 en Groothoofd 1 (in 1988 was het eerste treffen in de tweede klasse KNSB) ontdekt een vergelijkbare ontwikkeling. In 2002 ging de historie van Groothoofd geďntegreerd verder in Dordrecht en haast niemand herinnert zich nog de bloedgroepen van daarvoor.

In het boek over het eeuwfeest blijkt Jan Flach in 1988 al een voorspellende geest te hebben gehad.

Hij schrijft: ,,Naar het oordeel van een aantal vooral jeugdige leden werd het schaken volgens te strakke regels beoefend. De club dreigde ook te groot te worden en in 1978 werd schaakclub Groothoofd opgericht. Van de onderste rangen in de RSB stoomde deze club door naar de tweede klasse KNSB en passeerde schaakclub Dordrecht op de ranglijst. De topspelers van de beide verenigingen kunnen het overigens goed met elkaar vinden, net zoals destijds tussen ODI en DSC het geval was.”  Erelid Jan Flach moest voor zijn topsport in het jubileumjaar wel een prijs betalen: In 1988 liet de gezondheid Jan in de steek. Adri Timmermans nam tot 1992 de voorzittershamer over. Voor Flach begon een ander leven. Hij volgde de schaaksport nog wel en liet zich nog verleiden om het Hoogendoorn-toernooi tien jaar geleden te openen in zijn Wilhelminakerk. Zijn grote liefde Annie overleed al eerder en daarvoor moest hij ook een emotionele prijs betalen.

In zijn Wilhelminakerk kon tijdens het koffie drinken na de kerkdienst nog wel over schaken en schaakclub Dordrecht worden gesproken. Jan kon alleen geen nieuwe verhalen meer vertellen met zijn zo eigen enthousiasme. Hij luisterde met belangstelling ook naar verhalen over de schaakgeschiedenis en die van de club die hij mee heeft geschreven.

 

Met een glimlach naar de voorzitter van Groothoofd tussen 1979 en 1989: ,,Heb je het over de Jan Flach methode gehad in jullie bestuur?”  ,,Hoe is het mogelijk”.

En: We kennen ook echte Jan Flach spreekwoorden over wanneer overleg wel of niet kan. Wat bedoel je daarmee? ,,Je moet de bruggen pas kruisen als de bruggen in zicht zijn, dat heb je ons geleerd.”

 

De laatste brug, die Jan moest kruisen, kwam in 2017 snel dichterbij. Geloof hield hem op de been, totdat op een windstille, mooie voorjaarsdag Jan overleed.

Hij heeft veel mooie herinneringen en verhalen nagelaten, die een blijvende plek in het schaakboek over schaken in Dordrecht innemen. Dat bleek tijdens de afscheidsdienst op 21 maart.

De Dordrecht-voorzitter van het eeuwfeest, zoals Jan Flach in de boeken staat, is na de dienst in ook zijn Wilhelminakerk begraven op de Essenhof in Dordrecht.

 

Hans Berrevoets