Tijdnoodspecialist Willem Klootwijk één keer in kampioenschap van Dordt 

 

 

 

Was hij een tijdnoodspecialist of maakte hij van de nood een deugd als hij in tijdnood kwam? Een Dordtse schaker die tijdnood vroeger standaard op zijn repertoire had staan, was Willem Klootwijk (1914-1986).

 

Hij is lange tijd secretaris van schaakclub Dordrecht geweest en was voor de fusie van 1951 tussen Dordrecht en ODI al schaakactief. De Talmaweg was in zijn tijdperk het vaste clubadres. Klootwijk hield goed archief van de schaakgeschiedenis. Helaas is na zijn dood veel historisch materiaal verloren gegaan, want niet iedereen zag de waarde van documenten toen in.

 

Willem Klootwijk speelde zo ongeveer op het niveau van Dordrecht 2 en 3. Dat was zijn vaste nivo.

Dat hield dan in, dat hij normaal gesproken nooit in de voorjaars-hoofdgroep van schaakclub Dordrecht meespeelde in zijn tijd om het kampioenschap van de stad.

 

Dat kampioenschapsysteem dateerde in feite nog van voor 1951. De topspelers van ODI en Dordrecht, die het volgens Leo Jansen toen steeds beter met elkaar konden vinden, speelden in het najaar bij de eigen club in een hoofdgroep. De eerste vijf van elke vereniging gingen in het voorjaar samen verder in een tienkamp om het kampioenschap van Dordrecht.

 

Na de fusie is dit competitiesysteem lang bij Dordrecht behouden. In de tijd van dit systeem zo rond 1975 gebeurde er een sportief hoogtepunt in het leven van Klootwijk. De secretaris speelde zich tot verrassing van iedereen, maar vooral tot zijn eigen verrassing voor het kampioenschap van de stad. De tijdnoodspecialist kwam dus te spelen op het niveau van Jansen, Hoogendoorn en Van Donk, die tot 1977 de locale titels onderling verdeelden.

 

Klootwijk vond het best spannend op zo'n nivo acteren en zijn voorbeeld laat maar zien, dat zelfs al ben je boven een bepaalde leeftijd: schaken gaat een leven lang mee. Het kampioenschap van Dordrecht bestond nog een aantal jaren na deze Klootwijkstunt. Groothoofd (opgericht in 1978) en Dordrecht gingen aan het begin van de jaren tachtig met elkaar in overleg om een nieuwe formule te bedenken voor de stedelijke krachtmeting. Een aantal afleveringen bleek mogelijk te zijn, maar in de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen de laatste toernooien in zicht.